Midlife: gekte of groeistuip?

Ik ben dol op Hollywoodfilms. Tenminste, op de eerste helft. Als het verhaal wordt opgezet, de personages geïntroduceerd, de geschiedenis geschetst; dan ben ik geboeid. Wie is wie? Wat zijn hun karakters, hun eigenaardigheden? Waarom zijn ze geworden wie ze zijn? Hoe verhouden ze zich tot elkaar?

Maar ergens halverwege, als duidelijk is wie de held is, wie de slechterik en wie het meisje, haak ik mentaal vaak af. Meestal zit ik de film nog wel uit, na nog een schaaltje chips te hebben gehaald.

De cliché's van de (mannelijke) midlifecrisis
Midlifecrisis: even zijn wie je nooit durfde te zijn, vlak voor je echt oud begint te worden.

Het is alsof de schrijvers van veel blockbusters al hun intelligentie investeren in het begin van de film. Als het verhaal staat, dan is het gewoon doorrollen naar het einde: bij voorkeur een duidelijke strijd van goed tegen slecht. Goed dreigt te verliezen, krabbelt op, verslaat slecht, en dan een omhelzing met meisje, een feestelijk banket of wegrijden richting de ondergaande zon.

Alsof er geen ander einde mogelijk is dan de troost van een happy end voor de goeierik, voor mensen die dat in hun eigen leven zelden meemaken.

Zo maak ik haast elke Hollywoodfilm een midfilmcrisis door. Opeens ben ik niet meer zo geboeid. In plaats van opgezogen te zijn in het verhaal, realiseer ik me dat ik een man ben die op de bank zit en naar een scherm kijkt, en dat de groenbak nog naar buiten moet, en dat het bakje chips weer leeg is.

Type midlifecrisis in een zoekmachine in, en je komt vooral terecht in het veld van de spot. De midlifecrisis is als oudere mannen opeens een jongere vriendin willen en een rode sportauto. Ook oudere vrouwen willen nog een jong blaadje, maar geven hun geld liever uit aan een cosmetische operatie of twee.

Dit beeld van de midlifecrisis zegt: je mag even gek doen, het hoort er blijkbaar bij, blaas maar wat stoom af. Zoiets als carnaval, waarin je je even mag verkleden om te zijn wat je nooit durfde. Daarna moet je weer normaal doen én moet je erkennen dat je oud aan het worden bent. Langzaam maar zeker op weg naar het einde.

Maar wat als dit moment in je leven nu net zoiets is als de puberteit? Een periode van onrust, die ook de poort is naar een nieuwe fase in je leven? Een fase van verdere ontwikkeling? Van volwassener worden?

De onrust van de midlife is net zoiets als die van de midfilm: opeens zie je dat je een rol speelt in een verhaal, het verhaal van jou, van jouw geschiedenis. Opeens lukt het niet meer zo goed om je te identificeren met het drama in dat verhaal – je ambities, hobby’s, trauma’s en verslavingen; de draken die je wilde doden en de luchtkastelen die je wilde bouwen.

In de film The Matrix pleegt Cypher verraad om terug de illusie in te mogen: hij kan de waarheid niet aan.
In de film The Matrix pleegt Cypher verraad om terug de virtuele illusie in te mogen: hij kan de waarheid niet aan.

Ga je terug je film in? Zou dat überhaupt kunnen? Langdurig bedoel ik, en zonder gebruik van drank of andere verslavende middelen?

De film The Matrix (1999) zat ik geboeid uit (de verveling kwam pas bij delen 2 en 3). In de eerste film wordt het personage Cypher een verrader omdat hij terug wil in de illusie van een virtuele droomwereld. Natuurlijk lukt dat niet, net zo min als een jonge puber zich nog kan verliezen in zijn of haar kinderspeelgoed.

Het Bijbelse beeld hiervoor is dat Adam en Eva de Tuin van Eden moesten verlaten toen ze hun onschuld waren verloren. De Bijbel heeft het daarna nooit meer over die tuin – het was een gepasseerd station. De rest van het verhaal speelt zich in de harde wereld af.

Volgens veel wijsheidstradities is dit het begin van een nieuwe ontwikkeling: dat je gaat zien dat je tot nu toe in jouw film of egoverhaal hebt geleefd. Dit is de kennismaking met je toeschouwer en het ontwaken van bewustzijn. Als je daar werk van gaat maken, ga je meer zien en overzien, je blik wordt wijdser. En als je er geen werk van maakt, dan doet het leven dat wel. ‘Ik word milder’, zeggen mensen vaak over hun ouder worden.

Ook midden in je leven groei je door, en dat gaat gepaard met groeistuipen. Dat is prettig om te weten, ook als je er middenin zit: het houdt een keer op – en daarna komt er iets anders.

Maar wat komt er dan? Wat is die volwassenheid waar we in kunnen groeien? Wat is een spannender script dan die van de goeien en de slechten? Wat zijn doelen van het leven na eerst het meerderjarig worden en daarna het opbouwen van je eigen bestaan?

Hoe zouden jullie dat omschrijven?

14 gedachten over “Midlife: gekte of groeistuip?”

  1. Midden in mijn leven komt er ruimte om te beseffen dat tegenstellingen – tussen begin en eind, goed en kwaad, lichaam en geest, licht en donker, ik en de ander, etc. – langzaam verdwijnen. Het inzicht groeit bij mij dat het gaat om samenhang en aanvaarding.

    Mijn leven voltrekt zich steeds vaker als een script waarin ik acteur en soms auteur ben. En dat is heel bevrijdend.

    1. Ouder worden is tussen de tegenstellingen in staan, zonder ze op te heffen of op te lossen. Mooi dat zelfs je omschrijving van deze ontdekking laveert tussen doen en laten gebeuren. Dank je wel.

  2. Heel lang kon ik voort met in het achterhoofd beelden van wat ik later zou worden. Tot het moment dat ik me realiseerde dat ik ben geworden wie ik nu ben. En dat dat natuurlijk eigenlijk ook altijd al zo was. En dat ik het daarmee mag doen. Is het deze kanteling die maakt dat mensen (nog één keer) najagen wie ze hadden willen zijn? Gesymboliseerd door die rode sportauto? Of een fijne operatie? Ik heb lage rode auto gekocht. Hm, dat geeft te denken…

  3. Midlife is geen groeistuip. Eerder een stap terug, een melancholie. Je wilt nog even niet verder; die onvermijdelijke drempel moet genomen worden. Dat is pijnlijk. Later komt pas het besef van wijsheid en nog later zelfs van rust. Ná het gespartel van de Midlife periode. Alles op zijn tijd. Je moet er doorheen. Probeer het niet te begrijpen, onderga het gewoon. En verwonder je daarna over het leven aan de andere kant van de drempel.

  4. Hi Arjan. Mooi stukske. Ben me niet zo bewust (geweest) van midlifecrisis. Wat ik wel merk is dat er langzaam n fase aanbreekt dat ik maar even noem “teruggeven”. Ik merk dat ik jonge mensen opzoek (inclusief mijn eigen kinderen) om datgeen ik allemaal geleerd of ervaren heb te delen, te bespreken en ze te helpen in de groei. Dat er een bepaalde rust bij mezelf aanwezig is, speelt ook mee.

    1. Teruggeven, dat is een goede om te onthouden. Dat wordt in veel literatuur over ouder worden genoemd. Ik noem het maar het uitademen na het inademen.
      Hoe speelt de rust die je ervaart een rol? Waarom is die belangrijk in jouw ervaring, in het omgaan met jongere mensen?

  5. Geen midlife crisis hier 🙂
    Maar hoe mooi- het besef van toeschouwer. Niet meer identificeren met het verhaal en de drama. Wie is de toeschouwer dan? Deze observeerder?

    1. Dat is de grote vraag. Het heeft allerlei namen in allerlei tradities: het is de ziel, je boeddhanatuur, de goddelijke vonk, atman, je Christusnatuur, bewustzijn…

  6. Eerst ga je beseffen dat je anderen, jongeren, vanuit dit nieuwe perspectief kunt helpen. Zoals je opeens beseft dat je vanuit dit nieuwe perspectief jezelf zou hebben kunnen helpen toen jij zelf jong was.
    Dus dat is wat je gaat doen. Jongeren helpen.
    Dan zie je in dat je jongeren nergens anders naartoe kunt begeleiden dan naar dezelfde drempel als waar je nu zelf staat. En dan weet je dat ook zij hun staat van senioriteit zullen bereiken. Dan gaan zij, net als jij… De cyclus van het leven komt in zicht.
    Vervolgens vraag je je af wat er dan überhaupt allemaal de zin van is.
    De rust komt wanneer je snapt dat precies dit de zin is: de cyclus. Dat die slaagt. Dat dat je jezelf overbodig maakt in je eigen leven.
    Vervolgens ben je dat immers op een bepaald moment als vanzelf ook voor de rest. Overbodig.
    En dan doet je vertrek jou zelf niet meer zo’n pijn.
    En dan ga je.

    Zo. Het is een hele opluchting om je hiermee weer een stukje verder te hebben kunnen helpen.
    Dankjewel voor de vraag!

    Inge

  7. Vroeg of laat (tijdens mid-life of andere identiteitscrisis) vraagt de persona zich af wie ze nu eigenlijk geworden is – terwijl de observeerder altijd al wist dat ze Is. De continue identificatie met beroep, bezittingen, overtuigingen, prestaties etc maakt dat je je Zelf kwijt raakt. Als voertuig is het ego/de persona nuttig, maar wat een zegen dat het z(Z)elf een crisis veroorzaakt waardoor ze leert zien dat ze niets hoeft te worden, maar mag genieten van de reis die ze aflegt. We zijn één en dezelfde, alleen onze voertuigen verschillen van elkaar.

  8. ‘Ik’ voel me niet bijzonder
    Maar ‘ik’ ben wel uniek
    in al mijn doen en laten
    mijn spreken en mimiek
    ‘Ik’ ben er een van velen
    tegelijk is het die één
    door wie ‘ik’ hier kan spelen
    gelijk and’ren om me heen
    mijn eigenheid te tonen
    toch een te zijn met hen
    die van hetzelfde dromen:
    te vinden wie Ik Ben
    Mezelf te kunnen uiten
    te dansen naar mijn aard
    waar door die stap naar buiten
    mijn kleur zich openbaart
    Als wij, palet van mensen
    elk tonen ons gezicht
    verdwijnen onze grenzen
    en Zijn wij weer: wit licht.

Laat een reactie achter op Huub ter Haar Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *