Leve de depressieve witte man

Als wijsheid iets te maken heeft met het omvatten van tegenstellingen, laten we dan eens een flinke bij de hoorns vatten: dat we een samenleving zijn geworden met veel boze én veel depressieve mensen. Ik hoor zelf soms tot de tweede soort.

Millingerwaard
Boom in tegenlicht, Millingerwaard.

Het gebeurde ironisch genoeg een paar dagen nadat ik een stukje schreef over de overvloed aan goedheid in onze wereld. Ik voelde mezelf langzaam door het ijs zakken en terechtkomen in de verlammende kilte van depressie.

Het is geen onbekend gevoel voor me, al sinds mijn tienerjaren ken ik dat op en neer in mijn gemoed. Ik beschouw het als een persoonlijke en wat onregelmatige versie van de cyclus die vrouwen kennen: de meeste dagen loop ik, sommige dagen zweef ik en er zijn dagen waarop ik me voortsleep.

Dat maakt de ervaring van depressie niet prettiger of minder verlammend, hooguit relativeert het de stroom van sombere gedachten in mijn hoofd. Maar dit keer viel me op hoezeer ik dat gesomber herkende in de columns, interviews, analyses en beschouwingen over hoe het met onze wereld is gesteld – een thema dat met name aan het einde van het jaar domineert, en in het ‘rampjaar 2016’ in het bijzonder.

Tweedeling, populisme, Brexit, aanslagen, Trump, de klimaatveranderingen en de laatste hatelijkheden van de Grote Geblondeerde Leider: er is veel zorgelijks over te zeggen dat ongetwijfeld waar is, maar dat net zo parasiteert op mijn levenslust en creativiteit als mijn eigen innerlijke stroom van zelfkritiek en negatief commentaar.

De Boze Witte Man krijgt deze maanden alle aandacht, vooral van de Bezorgde Kritische Beschouwer, maar tegelijk slikt minstens een miljoen Nederlanders (!) antidepressiva. Een ongelofelijk grote groep mensen in wat zo ongeveer het rijkste en veiligste land ter wereld is kan het leven niet aan zonder chemische hulp (of de illusie ervan, of een te veel aan drank, nicotine, suikers, vetten en andere drugs).

Nu zijn woede en depressie twee kanten van dezelfde medaille: ze geven antwoord op onvrede met hoe het is. Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar zodra dat bij mij de kop opsteekt, zoek ik onmiddellijk iets of iemand om de schuld te kunnen geven. Afhankelijk van zowel persoonlijkheid als leefomstandigheden (mijn oudste zoon ging bijvoorbeeld dit jaar het vaderlijk huis uit en is niet meer voorhanden als bliksemafleider) slaat dat naar buiten of naar binnen, word je boos of depressief.

Het is een oud mechanisme, dat de schuld geven. In het Oude Testament (Leviticus 16,1-34 en 23,26-32 en Numeri 29,7) staat al beschreven hoe er een keer per jaar een grote verzoendag moet worden gehouden, als het ware een opruimdag van onvrede. Mensen moeten dan elkaar oud zeer vergeven en daarnaast moest er destijds een bok door handoplegging beladen worden met alle zonden van het volk, waarna het de woestijn werd ingejaagd om er te sterven.

Het zondebokmechanisme is een drijvende kracht in de mensengeschiedenis, analyseerde de Franse-Amerikaanse denker René Girard (1923-2015). Hij liet zien waarom mensen zondebokken creëren. Door alles wat slecht is te projecteren op joden, protestanten, kapitalisten, Marokkaanse jongens, PvdA-ers of linksige gutmenschen verlos je jezelf van al dat kwaad. Het is daar, niet hier. In die zin is de boze witte man gezegend in zijn onnozelheid (al maakt hij geen gelukkige indruk).

Maar of het nu komt door karakter, opleiding of bijvoorbeeld de verwerking van de holocaust: miljoenen mensen zijn niet meer in staat om alles buiten zich te leggen. Ze geloven niet meer dat alles goed zou zijn als er geen katholieken, moslims, PVV-ers, managers of idealisten meer zouden bestaan. En dus slaat de onvrede naar binnen en geven ze zichzelf de schuld. In mijn geval: als ik niet zo dommig / angstig / ingewikkeld / krakkemikkig / knullig en slap zou zijn, dan zou ik me veel beter voelen.

Maar wat moeten we met woedende dan wel depressieve perioden als noch het ontladen op de zondebok, noch het lezen of schrijven van vlijmscherpe columns, noch het slikken van verdovende middelen het antwoord is?

Wat moeten we met de onvrede over wat er is?

Boom met tegenlicht, Millingerwaard.
Dezelfde boom met tegenlicht, Millingerwaard.

Wijsheidstradities vertellen in allerlei metaforen dat je, om tot nieuw leven te komen, door de woestijn moet, door de donkere nacht van de ziel en de zinnen, door de dood van je ego, door de angst van het niet-weten, door de verslaving aan je gedachten, door de kruisdood en de stilte van het graf heen. Ze vertellen hoe belangrijk het is dat je leert loslaten en wacht op nieuwe ogen, beloofd land, nirvana, licht en rust en vrede. Op nieuw leven.

Als ik vanuit de woestijn naar mijn eigen reactie op onvrede kijk – en misschien herkennen jullie dat – dan zie ik welk doel mijn gemopper dient. Want of ik nu boos ben op een ander of depressief ben over mijn eigen onvermogen: ik blijf een slachtoffer. De onvrede gebeurt aan mij en mijn kwetsuur is wie ik ben, mijn identiteit. Op de een of andere rare manier is dat veiliger dan een nieuwe onbekende weg te gaan, mezelf te ontwikkelen en te veranderen.

Als ik de woede of de depressie zat ben ontstaat de wens om te leren zien wat er is, juist datgene wat zeer doet, zonder de veiligheid van de schuldvraag. Want telkens blijkt dat er dingen zijn die ik niet kan fixen, beheersen of zelfs maar begrijpen.

Ik kan erom janken, ik kan mezelf laten kennen en leren te vergeven, keer op keer (want ik vergeet het steeds weer).

En dan maar zien wat er van komt.

Ik wens dat mezelf net zozeer toe als ons allemaal.

Delen?Email this to someoneShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

10 gedachten over “Leve de depressieve witte man”

  1. Mooi, Arjan.

    Je laten kennen in je kwetsbaarheid – en intussen zowel de dader als het slachtoffer in jezelf zonder verweer voelen/ervaren en omarmen – helpt.

    De Antidepresdiva.

  2. Je levensgevoel is de mijne. Ik probeer er tegenwoordig in te gaan, het te laten gebeuren. Ergens is er dan de bodem van de put, de wal die het schip keert. En het besef daarmee dat het tijdelijk is, dat er misschien ergens in mij weer wat schoongemaakt is. Van ‘alles is weer waardeloos’ naar ‘alles van waarde is weerloos’. En dan maar weer gewoon verder..

  3. Een heldere en eerlijke weergave van je interne processen. Krachtig en geruststellend voor allen die zich hierin herkennen- zoals ik- en collectief door deze fase bewegen.

  4. Je benadrukt in verschillende varianten (je wanhoop over en wens tot het zien van) ‘wat er is’ of ‘hoe het is’ – maar kúnnen we de realiteit überhaupt wel beheersen of fixen? In de oude wijsheidstradities gaat het ook over onze beperkte blik als mens: we zien maar zó’n klein deel dat we niet eens kunnen oordelen over wat er om ons heen gebeurt. Wie weet is – holistisch bekeken – het tegenovergestelde wel aan de hand! In dit verband moet ik denken aan Corrie ten Boom (holocaust-overlevende, die de beul vergaf die haar zus vermoordde): tijdens haar wereldwijde reizen om de boodschap van vergeving te verspreiden liet ze mensen die enorm moesten lijden de achterkant van een borduurwerkje zien. De warrige knopen en onbegrijpelijke steken lijken één grote chaos, maar aan de onzichtbare voorkant blijken ze een kroon uit te beelden. Voor mij is de boodschap dat er iets geweven wordt wat we nog niet kunnen zien. Het besef daarvan maakt het gemakkelijker hanteerbaar om me te verzoenen met wat er ogenschijnlijk aan de hand is.

    1. Dat is inderdaad een mooi beeld, dat soms troostrijk kan zijn. Maar het is ook een beeld dat uiteindelijk gaat over begrijpen, al is het maar door wat er is te zien als de warrige achterkant van een wellicht mooi borduurwerk.

      Wat ik van elkaar probeer te onderscheiden is de neiging om dingen – met name de pijnlijke – te willen fixen, beheersen of begrijpen, en de dingen te ervaren zoals ze zijn. Dat wil niet zeggen dat ik ze dan tóch doorzie, maar dat ik mijn zintuigen gebruik en voel wat er te voelen is. Het is een pleidooi voor contemplatie, om het zo maar te zeggen: om te ervaren en je te laten gezeggen.

  5. Ik denk dat ik de toonzetting van je verhaal verkeerd heb geïnterpreteerd. Ben vervolgens wel benieuwd of het voor jou uitmaakt of er al of niet begrip aanwezig is om die contemplatie gemakkelijker te laten plaatsvinden? Ik kan me voorstellen dat in perioden van woede of depressiviteit de acceptatie-van-wat-is beter te doen is wanneer er sprake is van besef of bewustzijn

  6. Mijn stuk balanceert op het scherp, ik probeerde vooral mijn eigen ervaringen met onbehagen (waarin ik eerder een depressieve witte dan een boze witte man ben) in te brengen als vindplaats voor wat er met ‘ons’ gebeurt.
    En uiteindelijk gaat het inderdaad om bewustzijn van hoe het is, zonder met de schuldvraag aan de gang te gaan. Dus ja, dit zijn roerige tijden, er zijn gevoelens van onzekerheid. En nee, het is volstrekt oninteressant of dat komt door de elite / populisten / kapitalisten / moslims, of dat ik het allemaal weer fout heb gedaan.
    😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *